Krakepoot

Krakepoot

Dit is het verhaal van een vrouw die in 1940 in het toenmalig Nederlands-Indië wordt geboren, als dochter van een Nederlandse KNIL-militair en zijn Indische vrouw. Haar vader geeft haar de bijnaam 'Krakepoot', die zij haar gehele leven bij zich zal dragen. Haar jeugd in Indonesië wordt bepaald door de opsluiting in een jappenkamp, de 'Bersiap-tijd', twee Nederlandse politionele acties om dan uiteindelijk naar Nederland te worden gerepatrieerd.

Krakepoot | softcover | auteur Louise Koppijn | 264 pagina's |

ISBN: 978-90-8708-128-7 | Adviesprijs € 17.95

Na een korte tijd bij familie te hebben gewoond, wordt zij vervolgens gehuisvest in het voormalig concentratiekamp Westerbork, inmiddels Schattenberg geheten.

Einde jaren vijftig trouwt zij een Nederlandse straaljagerpiloot en komt in Friesland in Hardegarijp te wonen. Net zwanger van hun eerste kind komt haar man om bij een vliegtuigongeval met een Hawker Hunter straaljager. Zij is dan twintig en moet wat van haar leven gaan maken. Dat lunkt haar uiteindelijk wonderwel.

Nu pas is zij in staat geweest om al deze gebeurtenissen een plaats te geven en dit boek te schrijven, met alle pijn die dat met zich meebrengt.

Een aangrijpende geschiedenis. Een persoonlijk gevecht tussen goed en kwaad.

Bestelinformatie

Bestel Nu


Bijlage: Ooggetuigenverslag

Klik hier voor het Hawker Hunter Dossier

Nu, na zo'n vijftig jaar, kreeg ik van een bevriende collega-vlieger, Han van Soest, die zelf direct betrokken was bij het ongeval van Theo, een ooggetuigenverslag van die bewuste dag. Het heeft jaren geduurd voor hij het op papier kon zetten. Ik neem het woordelijk over.

ONGEVAL MET HAWKER HUNTER Mk.6 N-278

Vliegbasis Leeuwarden, 324-Squadron

Oktober 1959

In de loop van de maand is een jonge vlieger bij het squadron ingedeeld. Hij maakt kennis met de collega's, wordt vertrouwd gemaakt met het wel en wee binnen het squadron, bestudeert de Pilot's Notes en maakt enkele vluchten met de voor hem nieuwe Mk.6.
Baas Gerard Sont is goed voor zijn vliegers en zorgt dat Theo van Markwijk een huis in Hardegarijp krijgt toegewezen.
Daar hij de woning met zijn toekomstige vrouw Wies zo spoedig mogelijk wenst te betrekken werkt hij in zijn vrije tijd in het huis om het van het nodige comfort te voorzien.
Op 7 november treden zij in Rijswijk in het huwelijk en vestigen zich in hun nieuwe woning.
Gedurende de kersttijd krijgt Theo 14 dagen verlof om samen met zijn jonge vrouw de laatste hand aan het huis te leggen.
De toekomst lacht hen toe.

Dinsdag 5 januari 1960

De verlofperiode nuttig besteed hebbend is Theo van Markwijk vandaag weer terug op het Squadron. Door zijn afwezigheid is hij achter geraakt op het schema voor het bereiken van de minimale operationele vaardigheid. Aan het einde van de dag leest hij op het planboard dat hij de volgende ochtend, woensdag 6 januari, 2 sorties moet vliegen. Jij staat er ook op voor 2 sorties omdat je in december te weinig vlieguren hebt gemaakt.
Deze vluchten op de woensdagochtend zijn nogal uitzonderlijk, aangezien deze ochtend traditiegetrouw is gereserveerd voor de obligate sportbeoefening. Dat betekent dat alle vliegers, inclusief de commandant en de vluchtcommandant, zich dan in de sportzaal of, bij goed weer, op het sportveld bevinden. Dientengevolge is er op de woensdagochtend gewoonlijk niemand op het squadron aanwezig.
Door afwezigheid van de vluchtcommandant tekent tlt. Johnny Willems voor beide missies.
Zij luiden als volgt: Height climb, aerobatics, uitschakelen van de hydraulische besturing op 20.000 ft., in manual (handbesturing) aantal bochten vliegen, enkele homer let downs met GCA approach met doorstart p[ 200 ft., dead stick landing (landing in manual).
2 Hunters zullen vlieggereed staan.

Een Hunter in manual is moeilijk bestuurbaar. Het rollen (draaiing om de lengteas) dient te geschieden met beide handen aan de stick, waarbij het mechanische voetenstuur behulpzaam is om door middel van gieren het rollen te vergemakkelijken. De pitch (draaiing om de dwarsas) wordt vergemakkelijkt met behulp van de elektrische trim op de stick.
Zowel vliegen als landen in manual vereist veel oefening.

Woensdag 6 januari 1960.

Om 08.30 uur zitten alle vliegers in de zg. "Hunterhut" voor de briefing omtrent baan in gebruik (baan 24) en andere verkeersleidingzaken, alsmede informatie omtrent de weersomstandigheden voor die dag: licht bewolkt, max.1/8 (zonnig weer), zicht meer dan 20 km, wind noordwest met 8 knopen, nu en dan een bui, temp. 3-4 gr.C.
Na de briefing vertrekken alle 324-ders naar de sportzaal, Theo en ik naar het squadron. Er heerst een vredige rust in C19, het squadrongebouw.
Het uniform wordt verwisseld voor het lange, dikke, warme wollen Jansen & Tilanus ondergoed, G-broek, leg straps, warme pullover, vliegoveral en zwemvest.
De vlucht wordt met elkaar besproken en de mission numbers op het planboard in het geheugen genoteerd: Mission 47 voor Theo, Mission 46 voor mij. Daarna loop je samen met vlieghelm en handschoenen door de gang maar de Technische Dienst aan de andere kant van het gebouw. De chef TD, sergeant majoor Jan Vermeer, wijst de kisten toe de N-208 (3P-8) voor Theo en de N-278 (3P-26) voor mij. Laat ieder de Form 700, het vliegtuiglogboek, tekenen nadat je je beiden ervan hebt vergewist dat de kisten zijn voorzien van brandstof, olie, starter liquid, zuurstof, lucht, enz. Vervolgens loop je gezamenlijk tegen negenen, vergezeld van de grond crew naar de kisten, die naast elkaar staan opgesteld.
Na de "walk around check" klim je de trap op en stapt de cockpit in. De trolley-acc staat aangesloten. Als de vital actions zijn voltooid start je de motor en op het moment dat je de verkeerstoren om taxi-instructies wilt vragen hoor je Theo zeggen dat zijn machine een probleem heeft. De techneuten kunnen het mankement met draaiende motor echter niet verhelpen.


Daar hij als gevolg van zijn vakantie op het oefenschema achterloopt en er op dit moment nog geen andere kist serviceable is, deel ik hem over de radio mee dat hij mijn kist moet nemen. Als je de toren daarvan hebt verwittigd stapt Theo over in de N-278.

Weldra taxiet hij uit richting baan 24 om even over negenen het luchtruim te kiezen.

Het is koud buiten dus je loopt snel terug naar de TD om af te tekenen. Je zet Jan Vermeer onder druk om snel een andere kist klaar te maken want je hebt geen zin om de hele morgen in je eentje in die lege crewroom te zitten, je wilt vliegen. Maar geen schijn van kans, de sportochtend wordt door de TD namelijk benut voor een kleine overhaul (onderhoud) van de vliegtuigen. Dan maar een goede kop koffie en je loopt teleurgesteld naar die lege crewroom.

Zachte dreun

Na ca. 45 minuten en teveel koffie en sigaretten sta je in de verlaten crewroom voor het raam het veld over te kijken. Dan zie je in de verte een Hunter aankomen. Aha, eindelijk actie! Gezien de tijd moet dat Theo zijn.
Maar hij komt van grotere hoogte aanvliegen dan je verwacht waardoor je de indruk krijgt dat hij blijkbaar geen GCA-approach heeft gemaakt of deze halverwege heeft afgebroken. Hij vliegt de kist manual want de bewegingen zijn traag. Het landingsgestel wordt ingetrokken. Als de flaps (remklappen) naar binnen gaan krijg je het gevoel dat er iets mis is, want vlak voor de baan op zo'n 300 ft. helt het vliegtuig naar links over waarbij hij langzaam hoogte verliest. Je hoort aan het aanzwellende geluid dat de snelheid oploopt en geen gas wordt teruggenomen.
Met verbazing zie je hem naderbij komen, de helling wordt groter, de snelheid loopt op, je schat zo'n 300 kts. Dan wordt hij door het gebouw aan het zicht onttrokken. Je rent naar de andere kant van de crewroom en ziet hem weer tevoorschijn komen, nog steeds in die linker dalende bocht. Waar is die vent mee bezig, dit doe je niet in manual, zeker niet laag boven de vliegbasis. Dit gaat alle regels te buiten. Wat is ie in godsnaam aan het doen...
Op hetzelfde moment slaat de kist met geweld voorover, staat even op zijn neus, duikt dan recht naar beneden en verdwijnt achter de kale populieren. Je gelooft je ogen niet...
Jezuschristus...! Een enorme modderzuil van misschien wel honderd meter hoog zie je de lucht in schieten gevolgd door een zachte dreun... meer niet. Geen rook. Geen vuur. Niets.

Je beseft dat Theo vanuit deze positie geen schijn van kans heeft. Nochtans wil je redden wat er te redden valt. Het is vlakbij. Je bedenkt je geen ogenblik, gooit het raam open en springt naar buiten, nog steeds in vliegpak en zwemvest. Onder het raam staat een brommer, je grist hem van de muur, loopt er even hard naast, de motor springt aan en met een zwaai zit je op het zadel, volgas de weg af richting 323 Squadron waar zich een poort bevindt die, linksaf, toegang biedt tot een weinig gebruikt weggetje dat uitkomt op de Harlingerstraatweg.

Bij de poort staat een gewapende LBK wacht die blijkbaar niets van de crash, die ca. 700 meter achter hem plaats vond, heeft gemerkt, hij staat verveeld in zijn hok. Hij ziet je met veel kabaal aankomen en als je hem toeschreeuwt dat hij dat ding als de bliksem moet openmaken komt hij in beweging en zwaait het hoge kippengaashek open. Hij springt in de houding en zegt beleefd: "Alstublieft." In een flits stel je vast dat de knul het buskruit bepaald niet heeft uitgevonden, nochtans voelt hij goed aan dat je een wild kijkende vliegenier in vliegoverall met zwemvest niet moet tegenhouden, ook al zit hij blootshoofds op zijn brommer.
Met de hoogste snelheid die je uit dat ding kunt persen jakker je met zo'n 25 km/u (!) vloekend het klinkerwegje af. Aan het eind is de Harlingerstraatweg, daar moet het zijn gebeurd. Maar je ziet in de verte nog steeds niets. Hoe kan dat nou. Er is een kist neergestort, dan moet je toch rook en vuur zien? Waarom zie je niets? Waarom hoor je niets? Je twijfelt ineens aan je waarnemingsvermogen, maar vooral ook aan jezelf.
Heb je het wel goed gezien. Weet je wel zeker dat het gebeurd is...? Je bent toch niet gek? Je hebt het met eigen ogen gezien!

De brommer knettert voort. Je komt weer bij je positieven en ineens ben je scherp. Hij heeft een besturingsprobleem gehad of een fysiek probleem. Anders kan zoiets niet gebeuren. Zou hij tijd hebben gehad voor zijn schietstoel? Dat kon je niet zien door die kale populieren. Dat zie je straks wel, hopelijk zat hij er niet te laag voor.
Verdomme, waarom komt die crashploeg niet in actie. En wat is dat weggetje lang.

Eindelijk ben je bij de Harlingerstraatweg. Met ingehouden adem vliegen je ogen over het landschap. Nergens een spoor van Theo in z'n gele zwemvest. Aan de overkant is een heg met daarachter een fietspad en daar weer achter een 5 à 6 meter brede sloot. Aan de andere kant van de sloot ligt een hoop opgeworpen aarde en hier en daar in het land een enkel onderdeel. Je herinnert je vaag iets dat leek op een stalen jetpipe ring. Maar tot je stomme verbazing is er geen vliegtuigwrak te bekennen. Alleen een paar auto’s en enkele naar beneden starende mensen.

Je gooit de brommer tegen de struiken en rent de straatweg over. Je loopt dwars door de heg. Waar staan die mensen toch naar te kijken? Je rent erheen maar het enige wat je ziet is dat de sloot op die plek tweemaal zo breed is geworden met hier en daar opborrelende luchtbellen. Op de andere oever ligt achter een hoop aarde een laag modder die zich tientallen meters ver over het grasland uitstrekt. Natuurlijk het gevolg van die enorme modderzuil. Verder duidt niets erop dat hier zojuist een Hunter is neergestort. Die kist is door de aardbodem verzwolgen... Het is duidelijk dat de N-278 met de vleugels evenwijdig aan de lengte van de sloot praktisch loodrecht naar beneden precies de sloot in is gedoken.

Maar waar is Theo...! Aan de overkant van de sloot zie je op een afstand van zo'n 75 meter een geopende parachute liggen. Jezus, hij is er toch uitgesprongen. Er staan twee mannen bij. Geen Theo. Hij zal er toch niet onder liggen? Even verderop spring je over een boerenhek en rent naar die parachute in de verte op de grond. Een onheilspellend voorgevoel. Ben je op het ergste voorbereid? De twee mannen zien je aankomen, staan met verbazing naar jou in je vliegpak te kijken. Een van hen verbaasd: "Zat jij er ook in?"

Je reageert niet. Je weet genoeg. Je wilt de parachute omhoog trekken. "Niet doen," zegt die man. Misschien had je moeten luisteren. Een afschuwelijk tafereel openbaart zich aan het oog. Het raakt je ziel. Daar ligt ie, gruwelijk neer gesmakt op het harde grasland. Onherkenbaar. Bloed. Aarde. Gras. Ellende. Je hoeft geen moeite te doen hem te herkennen. Dat kan niet. Je weet dat hij het is. Je laat de parachute los. Vlakbij ligt een verwrongen schietstoel, ook met aarde en gras en bloed...
Je draait je abrupt om, dit kun je niet aanzien. Je kunt geen woord uitbrengen. Alles lijkt even stil te staan... Je gedachten ordenen zich. Theo is dood. Jezus wat wreed. In één klap weg. Net getrouwd. Wordt vader. Godverdomme. Je kunt het niet geloven. Je wilt schreeuwen, vloeken, wegrennen, ver weg!

Maar tezelfdertijd wordt je opgenomen in een merkwaardig onwezenlijk gevoel.
De werkelijkheid ebt weg. Een soort apathie. Naar binnen gekeerd loop je over het weiland naar de straatweg terug. Het lopen voelt aan als zweven. Het dringt nauwelijks tot je door dat het hele team van crashtender, basisbrandweer en -ambulance is gearriveerd. Je hebt het niet gehoord. Er zijn ineens veel mensen op het weiland.
Plotseling hoor je je naam. Bekende stem. Je kijkt op en ziet een paar uniformen naderen. Je ontwaart vluchtcdt. Wim Fleuren, plv.sqn.cdt. Bolle Dyxhoorn en basiscdt. Kol. Bedet.
Wim enthousiast: "Hé joh, hoe is het, wat is er gebeurd!"
Ze nemen jouw desolate toestand waar. Wijzend op de parachute in de verte zeg je mat: "Theo van Markwijk."
"Wat doe jij dan hier verdomme! Je hoort hier helemaal niet te zijn man! Vooruit, maak dat je wegkomt! Als de sodemieter naar C19!!!" foetert Wim.
Je vindt de brommer en rijdt terug naar het squadron. De poort is inmiddels hermetisch gesloten. Dezelfde LBK man staat er nog maar er zijn enkele mensen bij gekomen. Ze smoezen met elkaar. Het hek zwaait open. Zonder op te kijken rij je door. Die vreselijke aanblik achtervolgt je. Je krijgt het ineens ontzettend koud. Het doet je enigszins tot de werkelijkheid terugkeren. De woorden van Wim Fleuren dringen zich plots aan je op...
Zouden ze verondersteld hebben dat jij in die kist zat omdat je daar in je vliegpak rondliep?

Monsters

Terug op het squadron ben je danig aangeslagen. Vragen van de maten...
Moe van emotie plof je in een hoek van de crewroom op een van de kussenfauteuils neer. Langzamerhand begint alles tot je door te dringen. Die aanblik van Theo, godverdomme.
Wilde gedachten. Je wilt ze beteugelen. Tevergeefs. Onbetrouwbare kist. Rotkist. Doodkist. Klote Hunter. Wat is er gebeurd. Hoe kan dat nou. Waarom crashte Theo. Wat was er in godsnaam met hem aan de hand, of met de kist.
Iemand vraagt of je koffie wilt. Nee. Een sigaret.
Met een niets ziende blik staar je voor je uit. Je gedachten blijven onbestuurbaar. Plotseling ontwaar je de kisten op de flightline voor het squadrongebouw. Daar stond de N-278 vanochtend nog. Inwendige woede wil zich losmaken. Kramp in je maag. Een schok... De Hunters worden als monsters. Je wendt je blik af. Maar of je wilt of niet, je oog wordt er steeds weer naar toe getrokken. Monsters... Je kunt er met je rug naar toe gaan zitten, maar dat doe je niet, je blijft kijken en jezelf pijnigen. Je prent jezelf in dat onze mooie Hunters daar staan, geen monsters. Je hebt er nooit een onoplosbaar probleem mee gehad. Het was altijd een fijne kist, hartstikke blij dat je erop mocht vliegen... Dan kijk je voorzichtig weer naar buiten en probeert de schoonheid van de Hunter te herontdekken. De maagkramp trekt weg. Maar dan schieten de overblijfselen van Theo daar op dat weiland weer door je hoofd. Je kunt je er niet aan onttrekken.
Nauwelijks 2 uur geleden stonden we hier in de crewroom nog te praten, godverdomme...

Het lukt je niet om normaal te denken. Dus vraag je je af wat je daar zit te doen, wat je überhaupt nog op het squadron moet. Zul je ooit nog in die kist stappen? Je moet er niet aan denken. De lol is eraf. Je hebt geen idee hoe het verder moet. Dan maar weg, naar huis. Vliegen hoeft niet meer...

Leo van Leersum komt bij je zitten en vraagt rustig of je wilt praten. Je voelt betrokkenheid.


Ja, je wilt praten. Maar op hetzelfde moment komen Bolle Dyxhoorn en Wim Fleuren de crewroom binnen, terug van de crashsite en wenken Leo. Ze trekken zich in het kantoortje van de vluchtcommandant terug. Er wordt kennelijk overleg gepleegd.

Je gedachten gaan verder. Dit ongeluk moet zijn veroorzaakt doordat die kisten dag en nacht buiten staan, ook 's winters. De radiosets begeven het ook geregeld door vocht en corrosie. De techniek kan je dus op een cruciaal moment in de steek laten. En nou is hij het slachtoffer... Had met jou kunnen gebeuren. Je kunt jezelf wel voor je kop slaan dat je naar de Harlingerstraatweg bent gegaan. Dat had je niet moeten doen. Dan was er niets aan de hand geweest. Wat niet weet wat niet deert. Nou zit jij met de shit… Nee, het is beter maar even niet meer te vliegen, alles van je af te zetten. Je gaat straks gewoon naar huis, weg. Ineens word je rustiger. Je beseft echter niet dat daarmee het shockgevoel niet is verdwenen. Dat beseffen de mannen in het kantoortje wel.

Vliegen...!

De deur zwaait open. Stevige voetstappen komen naderbij. De stem van Bolle Dyxhoorn: "Han van Soest, je gaat even een uurtje vliegen met Leo."
O jezuschristus. Je krimpt in elkaar. Nee. Dat kan niet waar zijn.
"Vliegen? Ik? Nee, ik stap er niet meer in."
"Ja, jij stapt er wél in, als je nu niet met Leo meegaat vlieg je nooit meer."
"Ja, dat weet ik."
"Kom op, jullie gaan even een low level tripje maken voor de LUA in Steenwijkerwold. En nou niet moeilijk doen, is het niet goedschiks, dan kwaadschiks."
Stilte... En dan: "Jongens, help even een handje."
Geluid van schuivende stoelen. Nee, dat nooit...
Je staat op, grist je helm van tafel om schoorvoetend achter Leo aan door de lange gang naar het TD-kantoor te sloffen. Je staat verdwaasd te kijken, je bent er helemaal niet bij.
Jan Vermeer roept opgewekt: "Han, ik heb een mooie kist voor je, de 213! (3P-13)"
Of all numbers! Uitgerekend! Dit is de goden verzoeken.
"Jezus Jan, heb je geen andere kist?"
"Nee, dit is de enige!"
"Ik kan toch met Leo ruilen?"
"Sorry jongen, die heeft al afgetekend."
"Je wordt bedankt, Jan."
Met bibberende handen teken je de Form 700. Dan moet je naar je kist. Je aarzelt.
Opjuttende taal van Leo en Knien (Wim Konijnenberg) die er blijkbaar rekening mee houden om je erheen te sleuren. Verbaasde blikken van de technische jongens. Je ziet de monsters staan en het angstgevoel is bijna verlammend.
"Kom op," zegt Leo.
Je hart bonst in je keel, je wordt onpasselijk, lijkbleek. Pak jezelf beet Van Soest, mompel je in jezelf. Je strekt je rug en rechtop, met zekere tred, loop je in de richting van de N-213, gelijk een ter dood veroordeelde naar de elektrische stoel.

Je zet je helm op de cockpitrand. Leo komt naar je toe, kijkt je aan en zegt rustig: "Ik weet dat jij je kloten voelt, maar je moet hier doorheen. Je bent jachtvlieger. Toon je karakter. We vliegen samen naar Steenwijkerwold. Onderweg vertel ik wat we gaan doen. Knien helpt je weg. Je kunt het, kom op!"
In je onderbewustzijn weet je dat je er niet onderuit kunt, je moet hier doorheen.

Als een robot doe je de platvorm check en met de moed in de schoenen sta je bij de trap van de N-213, klaar om in te stappen. Knien kletst je omhoog, je stapt de cockpit in, regelrecht in de muil van het monster. Je wilt vloeken, schreeuwen, maar weet je te beheersen. Knien helpt je met instrappen (parachute- en stoelbanden), geeft je helm aan, sluit radio en zuurstof aan, brabbelt onverstaanbaar, zet je schietstoel op scherp en zegt: "Verdikke Han, nou is het jouw beurt. Laat zien wie je bent, stel me niet teleur, ik weet dat je het kan, doe het, verdikke nog aan toe!"
Stomp tegen je schouder en Knien stapt naar beneden. Je voelt je verlaten.
Terugkerend angstgevoel. Je moet naar de plee, je wilt uitstappen maar de trap is al weg.
Koud zweet. Zenuwen. Even de kluts kwijt. Diep ademhalen. Tanden op elkaar...
De controle is terug. Je doet de cockpit check. Kijkt naar Leo in de kist naast je, ziet zijn ronddraaiende hand: motor starten.

Master switch en boosterpumps aan, je drukt op de engine starter pushbutton op het middenconsole, hoog piepgeluid, vervolgens luid gesis van de AVPIN liquid-starter, de motor komt op toeren, hoge fluittoon, je tilt de throttle op en zet hem naar voren in de idle stand. Temperature, oil pressure, fire warning light, fuel flow, hydraulic power selectors, dolls eyes black (hydraulic pressure indicatros). Leo is calling in. Vervolgens: "Leeuwarden tower, mission 43 two aircrafts taxi." Weer dat vreemde, nooit eerder gekende schier onbedwingbare angstgevoel. Leo taxiet uit, je verzamelt moed, geeft gas, aanzwellend motorkabaal, de kist komt in beweging en achter hem aan rij je de flight line af, de taxitrack op, naar baan 24. Matte zwaai naar beneden.

Taxiënd achter zijn jet pipe aan doe je de final checks for take-off. Je kunt jezelf moeilijk in bedwang houden. Nog even en dan moet het gebeuren. Je krijgt het benauwd in die kleine cockpit. Voelt je opgesloten. Kap open. Frisse lucht. Paar keer diep ademhalen, maar inhaleert de kerosinewalm van Leo. Kap dicht. Steeds weer die gedachten aan Theo van Markwijk die enkele uren eerder hier over dezelfde taxitrack in zijn kist naar de baan taxiede onbewust van het naderende onheil. Die afschuwelijke aanblik laat je niet los.
Kreeg je maar een lekke band, of een defecte radio, of...
Met enkele hartgrondige gvd's roep je jezelf tot de orde.

Formatiestart

De kop van de baan komt naderbij, veel te snel. Je schrikt als de toren toestemming geeft om op te lijnen. Angstzweet. Leo rijdt de baan op en roept op het laatste moment: "Close formation take-off"!
Je maag trekt zich samen, je moet bijna kotsen. Je ontkomt er niet aan. Leo kijkt hoe je, inwendig met de grootste weerzin, de close formation positie inneemt en de N-213 dicht tegen hem aan zet. Hij steekt zijn duim op.

"Oké, stand by... Leeuwarden Tower, Mission 43 ready for take-off."
"You're clear to go 43, good luck." Je haat de stem van de Duty Controller.
"Roger clear... Oké, brakes 8000, check temperature, oil pressure, fire warning light, dolls eyes black, move stick. Oké, here we go, brakes off... now! (je laat de remhendel los), full throttle, (beide Hunters schieten donderend vooruit, Leo kijkt opzij), come on, stay with me."
Duw in je rug. De kisten accelereren enorm. Gebulder van de zware motoren, aanzwellend geraas van de harde banden over de baan, je voelt de concentratie terugkeren en je blijft erbij als door een denkbeeldig draadje met hem verbonden, je wordt als het ware meegezogen. Leo trekt het neuswiel van de baan, je gaat mee. Even later zijn de kisten los.
"Gear up... now!." Je drukt op de knop van het landingsgestel.

Het onmogelijke gebeurt. Op het moment dat je wielen het asfalt loslaten is de angst verdwenen. Het aardse trauma blijft op de aarde achter. Je ervaart een totale bevrijding.
Depressie maakt plaats voor euforie.
Onmiddellijk na take-off, nog boven de baan, zet Leo een linker bocht in en terwijl de wielen naar binnen gaan scheur je met z'n tweeën laag over de gebouwen van 323 en enkele seconden later over de plek naast de Harlingerstraatweg waar de N-278 enkele uren tevoren in de aarde verdween.
Over Leo's kist heen kijk je naar beneden en even rust je blik op de plek des onheils. Je weet nu dat je het hebt losgelaten. De abstracte onwerkelijkheid is weer realiteit geworden.

Kortsluiting

Het onderzoek naar de toedracht van het ongeluk met de N-278, een kist van amper één jaar oud en slechts 233 uur op de klok, wordt onmiddellijk ter hand genomen. Het wrak wordt diep uit de Friese klei geborgen. In de electro werkplaats wordt de teruggevonden actuator onderzocht waarbij wordt vastgesteld dat deze vrijwel geheel in de 'uit' stand stond.
De conclusie luidt dan ook dat Theo het slachtoffer werd van een 'runaway trim', veroorzaakt door een kortsluiting in het mechanisme van de elektrische hoogteroer trim welke door middel van een knop op de stick wordt geactiveerd. De sluiting is ontstaan op het moment dat hij bij het intrekken van de flaps de nose-up verandering corrigeerde door met de duim de trimknop naar voren te bewegen. Op dat moment bleef de trim als gevolg van die kortsluiting naar voren doorlopen waardoor ook de stick naar voren werd geduwd. Daar de kist manual werd bestuurd, was de vlieger niet in staat de stuurknuppel tegen te houden. Niemand zou hiertoe in staat zijn geweest. Het vliegtuig sloeg voorover op het moment dat hij de stick losliet om de schietstoel te activeren. Theo werd op enkele tientallen meters hoogte in horizontale richting als het ware gelanceerd. Zijn parachute kon zich niet meer ontplooien. De kist dook loodrecht de grond in.

De Hunter is o.a. voorzien van een trim noodsysteem voor het geval een bovenomschreven kortsluiting zich mocht voordoen. Dit noodsysteem bestaat uit een standby trim waarvan de bedieningsschakelaar zich bevindt op het linker zijpaneel. Deze schakelaar is gezekerd door een klepje. Door het optillen van het klepje komt de switch vrij en wordt tegelijkertijd de hoofdtrim op de stick uitgeschakeld.
Theo hoefde slechts het klepje op te lichten en de switch naar achteren te bewegen, een handeling van 1 à 2 seconden.
Uit het onderzoek bleek eveneens dat als gevolg van die kortsluiting de contacten van zowel de hoofdtrim als de noodtrim waren samengesmolten. Het optillen van het klepje had dus geen enkel effect.
Verondersteld mag worden dat Theo getracht heeft de standby trim in te schakelen, helaas zonder resultaat. De schietstoel was zijn enige uitweg.

Begrafenis

Op 11 januari vindt de teraardebestelling met militair ceremonieel te Rijswijk plaats.
Het is je derde begrafenis. De plechtigheid is indrukwekkend. De twee vorige gingen min of meer aan je voorbij, ook al betrof het je maten. Zij chrashten door menselijk falen als gevolg van onervarenheid en stond los van de techniek van het vliegtuig.
In de Hunter waarmee Theo verongelukte deed zich op een cruciaal moment een op die hoogte onoplosbaar technisch probleem voor. Het noodlot was onafwendbaar...
Amper twee maanden na hun bruiloftsfeest wordt hij begraven. Zijn jonge zwangere vrouw is weduwe. Jij hebt de laatste woorden met hem gewisseld. Jij hebt hem zien chrashen.
Jij was als eerste van de vliegbasis ter plaatse en jij zag dat het Theo niet meer was.

Verantwoording

Dank is verschuldigd aan Wies Scholten, de weduwe van Theo van Markwijk, wie je na enig speurwerk op het spoor komt. Tijdens een emotionele ontmoeting kon het verhaal over het afschuwelijke drama met haar worden besproken. Zij toonde zich tenslotte blij met het feit dat de gehele geschiedenis van het ongeval is opgetekend. Zij is opgelucht dat eindelijk de ware toedracht van deze tragische gebeurtenis voor haar is komen vast te staan.
Gedurende al die jaren heeft zij in de wetenschap verkeerd dat het verongelukken van haar man te wijten was aan een vliegfout, zoals haar destijds op raadselachtige wijze was ter ore gekomen.

Daar nooit iemand het initiatief heeft genomen Wies op te zoeken, haar op te vangen en met haar te praten over de herinneringen aan haar overleden echtgenoot, werd zij gesterkt in het bange vermoeden dat hij inderdaad een ernstige fout had gemaakt waarover moest worden gezwegen, iets dat in de doofpot moest verdwijnen.
Ook ik heb het er bij laten zitten met de gedachte dat zij vermoedelijk zeker niet op mij zat te wachten. Natuurlijk zat zij op bezoek van de maten te wachten. Wies heeft zich ernstig in de steek gelaten gevoeld, een gevoel dat haar tot op de dag van vandaag bezig houdt en ook op haar verdere leven van invloed is geweest.
Hoe heeft dat kunnen gebeuren? Vermoedelijk doordat Theo nog maar kort op het squadron zat waardoor niemand hem (maar ook haar) eigenlijk nog kende. Er waren nog geen privécontacten. Bovendien bestond er in die jaren geen instelling in ons land die zich bezighield met nabestaandenopvang. De zorg van Defensie strekte zich slechts uit tot en met de begrafenisplechtigheid. Het weduwenpensioen werd geregeld, de overledene werd uitgeschreven en daarmee waren de banden verbroken.
Wies werd aan haar lot overgelaten...

Deze geschiedenis heeft zich ruim vijftig jaar geleden afgespeeld. Er is naar gestreefd de juistheid van de feiten zo goed mogelijk weer te geven.
Dit verhaal is geschreven aan de hand van herinneringen en aantekeningen in het logboek. Het is mogelijk dat oud-collega’s andere herinneringen bewaren.
De juistheid van enkele technische aspecten kon worden getoetst aan de hand van het ongevaldossier bij het Centraal Archieven Depot, C.A.D. te Rijswijk.

J.A.(Han) van Soest

 

Klik hier om terug te gaan naar alle uitgaves.